Nieuws van uw accountant in Harderwijk

Cliënten van Van Welie Accountants ontvangen eerder informatie via onze nieuwsbrief.

Kantoor - praktijkruimte te huur

Op zoek naar representatieve zelfstandige kantoor/ of praktijkruimte? kijk eens op ons aanbod.


Belastingplan 2019:

Kleine ondernemersregeling Omzetbelasting

Het heeft even geduurd maar in het Belastingplan 2019 is eindelijk een voorstel gedaan voor een nieuwe kleine ondernemersregeling (KOR). De nieuwe regeling zal op 1 januari 2020 in werking treden. De nieuwe KOR kan (facultatief) worden toegepast door zowel natuurlijke personen als rechtspersonen (B.V.’s stichtingen, verenigingen) als de omzet op jaarbasis minder bedraagt dan € 20.000. De ondernemer is bij toepassing van de KOR ook ontheven van het doen van btw-aangiften en bijbehorende administratieve verplichtingen.
Bij gebruik van de KOR mag geen btw in rekening worden gebracht. Ook mag de aan de ondernemer in rekening gebrachte btw niet meer in aftrek worden gebracht.
Voor toepassing van de vrijstelling vanaf 1 januari 2020 moet de betrokken ondernemer zijn keuze uiterlijk 20 november 2019 melden. De ondernemer kan de vrijstelling pas opzeggen nadat deze ten minste drie jaren van toepassing is geweest. De nieuwe regeling kan niet meer met terugwerkende kracht worden toegepast. Ondernemers die kiezen voor toepassing van de nieuwe KOR en de daarmee samenhangende ontheffing kunnen niet opteren voor btw-belaste verhuur van onroerende zaken.
(december 2018).

Laag BTW tarief naar 9%

Het verlaagde btw-tarief wordt verhoogd van 6% naar 9%.  Aanvullende wetgeving door middel van overgangsrecht wordt niet opgenomen. In de praktijk betekent dit dat ondernemers voor het vaststellen van het btw-tarief dat van toepassing is, kunnen aansluiten bij het reguliere moment van verschuldigdheid. Dit moment volgt rechtstreeks uit de Wet OB en wijkt niet af van de wijze waarop een ondernemer normaal gesproken zijn administratie voor de btw voert.
Dus: de factuurdatum is bepalend als u het factuurstelsel toepast en de datum van ontvangst van de betaling is bepalend als u het kasstelsel toepast.
Denk dus als u het factuurstelsel toepast aan tijdige facturering in 2018, als 6% voor uw klant voordeliger is. Stuur eventueel alvast een factuur voor het reeds verrichte werk. Past u het kasstelsel toe, dan kan het handiger zijn pas na 1 januari 2019 te factureren. Als een klant een factuur van 2018 pas in 2019 betaalt moet u 9% afdragen, ook als u maar 6% heeft gefactureerd.
(december 2018).

Vennootschapsbelasting omlaag, inkomstenbelasting box 2 omhoog

De tarieven voor de vennootschapsbelasting gaan als volgt dalen:

 
tot € 200.000
vanaf € 200.000
2018
20%
25%
2019
19%
25%
2020
16,5%
22,55%
2021
15%
20,5%

Vanwege de wijziging van bovenstaande tarieven wordt de inkomstenbelasting in box 2 (inkomsten uit aanmerkelijk belang zoals dividend uit de eigen B.V.) verhoogd van 25% naar 26,25% in 2020 en 26,9% in 2021.
(december 2018).

Inperking voorwaartse verliesverrekening

De voorwaartse verrekening van verliezen in de vennootschapsbelasting wordt beperkt van negen naar zes jaar (voor het eerst voor verliezen geleden in 2019). Verliezen die zijn geleden in 2019 kunnen uiterlijk tot en met 2025 worden verrekend. Voor nog niet verrekende verliezen die vóór 2019 zijn geleden, geldt volgens de huidige regels van voorwaartse verliesverrekening een termijn van maximaal negen jaar. Een verlies uit 2018 kan worden verrekend met winsten tot en met uiterlijk 2027, een verlies uit 2017 mag uiterlijk in 2026 worden verrekend en een verlies uit 2016 uiterlijk in 2025, etc. Daarbij wordt uitgegaan van een boekjaar dat gelijk is aan een kalenderjaar. Is er sprake van gebroken boekjaren dan geldt dat voor de verliesverrekening de afzonderlijke jaren moeten worden bezien en dat de beperking van de verliesverrekeningstermijn geldt vanaf het boekjaar dat aanvangt in 2019. Er is begunstigend overgangsrecht opgenomen om tijdelijk negatieve effecten van de beperking van de verliesverrekeningstermijn in samenhang met de verplichte volgorde van verliesverrekening te voorkomen.
(december 2018).

Voorkom verliesverdamping

Wat kunt u aan deze dreigende verliesverdamping doen? U moet dan tijdig een voldoende hoog resultaat behalen. Dat kan bijvoorbeeld door terugkeer naar de rechtsvorm eenmanszaak. Indien er voldoende goodwill wordt bedongen is die bij de B.V. belast maar te compenseren met de verliezen uit voorgaande jaren. Bij de eenmanszaak kan vervolgens over de betaalde goodwill afgeschreven worden. Een andere mogelijkheid is de overdracht van een bedrijfspand met een lage boekwaarde aan een andere vennootschap, tegen de waarde in het economische verkeer. Een aandachtspunt is daarbij wel de overdrachtsbelasting.
(december 2018).

Afschrijving gebouwen maar tot 100% WOZ

De afschrijving op gebouwen in eigen gebruik in de vennootschapsbelasting wordt verder beperkt. Vanaf 2019 is het voor belastingplichtigen in de vennootschapsbelasting alleen nog mogelijk om op een gebouw af te schrijven als de boekwaarde van het gebouw hoger is dan 100% van de WOZ-waarde van dat gebouw. Voor gebouwen in eigen gebruik gaat daarmee binnen de vennootschapsbelasting dezelfde regel gelden als voor gebouwen die worden verhuurd aan derden (gebouwen die ter belegging worden aangehouden). Is een gebouw voor 1 januari 2019 in gebruik is genomen, en op dat gebouw nog geen drie jaar is afgeschreven? Dan mag alsnog deze drie jaar volgens de oude regels worden afgeschreven.
De bovengenoemde beperking geldt niet voor ondernemers in de inkomstenbelasting en voor de terbeschikkingstellingsregeling.
(december 2018).

Schenkingen

Voor kinderen die een schenking van hun ouders krijgen, geldt in 2018 een reguliere schenkingsvrijstelling van € 5.363. Deze vrijstelling kan worden verhoogd tot € 25.731. De verhoogde vrijstelling kan slechts eenmaal worden benut door een kind dat tussen de 18 en de 40 jaar oud is. De eenmalig verhoogde vrijstelling kan extra worden verhoogd tot € 53.602 (2018) als sprake is van schenkingen voor studie/opleiding. Is sprake van een schenking voor de eigen woning, dan geldt zelfs een extra verruimde schenkingsvrijstelling van € 100.800 (2018).

Vanaf 1 januari 2017 kunt u aan personen – kinderen en derden – die tussen de 18 en 40 jaar oud zijn eenmalig onbelast € 100.800 (bedrag 2018) schenken voor de eigen woning.

Belangrijk is dat u de schenking schriftelijk vastlegt. U hoeft hiervoor niet per se naar de notaris te gaan, de schenking voor de eigen woning kan namelijk onderhands worden gedaan. Zorg ervoor dat de aangifte schenkbelasting vóór 1 maart 2019 wordt gedaan, maar vooral dat in deze aangifte ook een beroep wordt gedaan op de vrijstelling.
De eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling geldt alleen als de begiftigde tussen de 18 en 40 jaar oud is. Valt de begiftigde niet (meer) in die leeftijdsgroep, dan is de eenmalig verhoogde vrijstelling niet meer van toepassing. Valt de partner van de begiftigde nog wel in de genoemde leeftijdscategorie, dan kan de begiftigde de vrijstelling alsnog toepassen.
Als u schenkt, kijk dan goed of u voorwaarden wilt verbinden aan de schenking. Een veel voorkomende bepaling is de uitsluitingclausule. Daarmee kunt u het risico voorkomen dat de schenking aan uw kind bij zijn of haar scheiding (deels) bij de schoonfamilie van uw kind terecht komt. U kunt ook bepalen dat schenkingen onder bewind worden gedaan. Dan wordt de macht over het vermogen voorbehouden.

Wellicht ook te overwegen: een herroepelijke schenking. De herroepelijkheid zorgt ervoor dat u een schenking kunt terugdraaien. Voor een beroep op de verruimde vrijstelling voor de eigen woning moet er echter sprake zijn van een onvoorwaardelijke schenking.
(december 2018).

Vrijwilligersvergoeding

Het plafond van de vrijwilligersregeling wordt vanaf 1 januari 2019 verhoogd naar€ 170 per maand en € 1.700 per kalenderjaar.
(december 2018).

Bijtelling voor fiets van de zaak vanaf 2020

Werknemers die een fiets van de zaak privé mogen gebruiken (bijvoorbeeld voor het doen van boodschappen of het ophalen van de kinderen) of voor het woon-werkverkeer krijgen te maken met de bijtelling. Dat betekent dat 7% van de waarde van de adviesprijs van de fiets bij het loon wordt bijgeteld. Het kabinet wil het aantrekkelijker maken om met de fiets naar het werk te gaan omdat dit beter is voor het milieu.
Deze bijtelling geldt niet als de werknemer de fiets zelf koopt en de werkgever die aankoop vergoedt in het kader van de werkkostenregeling.
(december 2018).

Naar een tweeschijven tarief in de inkomstenbelasting

Mensen met een inkomen boven € 20.000 gaan er de komende jaren op vooruit. Dat komt onder andere doordat de meeste tarieven van de inkomstenbelasting omlaag gaan. De inkomstenbelasting wordt vanaf 2021 berekend over twee schijven in plaats van vier en het belastingpercentage per schijf gaat omlaag. Daardoor wordt het ook minder belangrijk of het inkomen door 1 of 2 personen in een huishouden wordt verdiend.
(december 2018).

BTW voor sportverenigingen

Amateursportverenigingen hoeven geen btw te heffen op een aantal diensten die zij aanbieden aan hun leden. Deze btw-sportvrijstelling wordt met ingang van 1 januari 2019 uitgebreid. Dat betekent dat er meer diensten onder de vrijstelling gaan vallen, bijvoorbeeld:

Vrijstelling van btw betekent geen heffing van btw, maar óók geen recht op vooraftrek van btw. De btw die in rekening is gebracht bij de bouw of verbouwing van een sportaccommodatie is bijvoorbeeld niet meer aftrekbaar. Het kabinet heeft besloten om hiervoor subsidies beschikbaar te stellen aan gemeenten en sportinstellingen.
(december 2018).

Aftrek kosten monumentenpand verdwijnt

De fiscale aftrek van uitgaven voor monumentenpanden wordt afgeschaft en vervangen door een subsidieregeling. De overwegingen zijn dat met een subsidieregeling de kwaliteit van de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden beter gewaarborgd wordt en er geen subsidiëring meer plaatsvindt van niet-monumentaal onderhoud.
(december 2018).

ID bewijs en AVG

De Belastingdienst meldt op het Forum Fiscaal Dienstverleners dat alle gegevens van een identiteitsbewijs goed zichtbaar moeten zijn op de kopie die een werknemer moet overleggen als hij in dienst komt. Dit is niet in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In artikel 29 Wet LB staat dat de werknemer zich moet identificeren met een geldig identiteitsbewijs. Hij moet de werkgever toestaan een kopie hiervan in de administratie te bewaren. Als de werknemer de foto en Burgerservicenummer onleesbaar maakt, voldoet hij niet aan deze verplichting.
(december 2018).

Minimumloon per 1 januari 2019

Het wettelijk bruto minimumloon per maand voor werknemers bij een volledig dienstverband wordt per 1 januari 2019:

Check of u ondernemer bent of niet

De Belastingdienst heeft de OndernemersCheck ontwikkeld. Daar kunt u eenvoudig checken of u ondernemer bent. Maar let op: als u een vraag onjuist heeft wil nog niet zeggen dat u toch geen ondernemer bent. Overleg het dan even met ons. Start de check hier: OndernemersCheck.

Wet DBA opgeschort tot 2020

De opschorting van de handhaving van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) is verlengd tot 1 januari 2020. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. Wel gaat het kabinet de mogelijkheden voor de handhaving van kwaadwillenden vanaf 1 juli 2018 verruimen.
De Belastingdienst kan handhaven bij kwaadwillenden als zij de volgende drie criteria alle drie kan bewijzen:

- er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking;
- er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid;
- er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Regeerakkoord, fiscale plannen 2018-2021

Op 10 oktober 2017 hebben VVD, CDA, D66 en ChristenUnie het regeerakkoord "Vertrouwen in de toekomst" voor de periode 2017 – 2021 gepresenteerd. Uit het regeerakkoord blijken onder andere de volgende fiscale maatregelen.

Inkomstenbelasting

  • Zzp’ers met een laag tarief (tot maximaal 125% wettelijk minimumloon) en een langere duur van de overeenkomst (> 3 maanden) zijn altijd in dienstbetrekking.
  • Zzp’ers met een hoog tarief (van minimaal € 75) en een kortere duur van de overeenkomst (< 1 jaar) krijgen een ‘opt out’ voor loonbelasting en werknemersverzekeringen.
  • Voor zzp’ers boven het lage tarief wordt een opdrachtgeversverklaring ingevoerd. Met deze opdrachtgeversverklaring krijgt een opdrachtgever zekerheid vooraf van vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen.
  • Let op, het bovenstaande is zeker nog geen wet, er kan nog veel worden aangepast!

    Teruggaaf BTW oninbare vorderingen wordt makkelijker

    Heeft u een klant die uw factuur niet betaalt, dan kunt u de berekende BTW aan de Belastingdienst terugvragen. Tot nu toe kon dat niet via de periodieke aangifte, maar moest u daarvoor een brief sturen aan de Belastingdienst, vergezeld van een kopie van de factuur en stukken waaruit de oninbaarheid bleek.
    Vanaf 2017 gaat de teruggaaf wel via de aangifte. Dus u hoeft dan geen brief met bijlagen meer te sturen. Dat scheelt een hoop werk voor u en voor de Belastingdienst.

    Teruggaaf BTW wordt verplicht
    Op het tijdstip dat blijkt dat de vordering geheel of gedeeltelijk niet zal worden ontvangen, kan de BTW terug worden gevraagd. Nieuw is dat wanneer een factuur één jaar na de uiterste betaaldatum nog niet is betaald u de BTW verplicht moet terugvragen. Zodra uw klant de factuur alsnog betaalt moet u de BTW daarover weer aangeven en afdragen.
    Voor alle onbetaalde facturen van 2016 en ouder geldt dat op 1 januari 2017 de termijn van een jaar aanvangt.
    Wat is en blijft is, dat u geen creditfactuur mag maken die u wel verwerkt in uw boekhouding maar niet naar de klant stuurt.

    BTW op onbetaalde inkoopfacturen moet u na een jaar weer terugbetalen aan de fiscus
    Heeft u een onbetaalde inkoopfactuur waarvan de betalingstermijn al een jaar verlopen is, dan moet u de BTW daarvan weer aan de Belastingdienst terugbetalen. U mag deze BTW vervolgens weer aftrekken indien u de factuur heeft betaald. Ook hier geldt dat de termijn van 1 jaar voor facturen van 2016 en ouder op 1 januari 2017 aanvangt.

    Gewijzigde grensbedragen vennootschappen

    Per 1 januari 2016 zijn de grensbedragen uit artikel 2:396 lid 1 en artikel 2:397 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek aangepast aan een dienovereenkomstige wijziging van de EU-richtlijn inzake de jaarrekening. Vanaf die datum gelden de volgende nieuwe criteria:

    Micro-onderneming (nieuw!):
    - totaal aan activa (balanstotaal) tot en met € 350.000
    - netto-omzet tot en met € 700.000
    - gemiddeld aantal werknemers: minder dan 10

    Klein:
    - totaal aan activa was tot en met € 4.400.000, wordt tot en met € 6.000.000
    - netto-omzet was tot en met € 8.800.000, wordt tot en met € 12.000.000
    - gemiddeld aantal werknemers blijft: minder dan 50

    Middelgroot:
    - totaal aan activa blijft tot en met € 17.500.000
    - netto-omzet blijft tot en met € 35.000.000
    - gemiddeld aantal werknemers blijft: minder dan 250

    Groot:
    - Boven de grenzen van middelgroot

    De grensbedragen bepalen of een rechtspersoon micro, klein, middelgroot of groot is. Een vennootschap komt in een andere groep indien op twee opvolgende balansdata aan tenminste twee van de drie criteria (balanstotaal, netto-omzet, aatal werknemers) wordt voldaan. Voor de niet-grote rechtspersonen zijn bepaalde vrijstellingen van de wettelijke voorschriften voor het opstellen, doen controleren en publiceren van de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens van toepassing. Micro-ondernemingen kunnen met een beperkte jaarrekening volstaan.
    Volgens het besluit zijn de nieuwe grensbedragen van toepassing op de jaarrekening waarvan het boekjaar aanvangt op 1 januari 2016 maar mogen ze ook al worden toegepast op de jaarrekening over 2015.
    (december 2015)

    Nog meer wijzigingen voor vennootschappen

    (december 2015)

     

    Naar homepage Van Welie Accountants